Send to a friend Afdrukken

Terug Woordenlijst

A        

Azuur : Om een mogelijk gebrek aan witheid in hun bladen te verbergen, voegen de papierfabrikanten blauw toe aan de pasta (Pruisisch blauw, Jozefsblauw) dat aan de witte pagina’s een bijna blauwachtige kleur geeft.

Afsnijden : De sneden van de blokken of van de albums worden effen gemaakt met behulp van een snee van de massicot. De bladen worden op maat gesneden. Het afval, afsnijdsel of afknipsel, voedt de recyclage fabrieken. Wat uw computer betreft, als hij u soms in de steek laat, maakt hij het mogelijk om uw foto’s bij te snijden voor een mooie lay-out.

B      

Bal : De uitdrukking ‘Kind van de bal (kind dat het vak van zijn vader leert)’ is ontstaan uit de drukkunst en niet uit het circusleven. De bal is hier niets anders dan de prop met paardenhaar die omwikkeld is met stof of met huid en die dienst doet om de letters te inkten. Het kind van de bal was de zetter, zoon van de typograaf, die al sinds zijn kindertijd vaak in het atelier kwam De bal maakt ook deel uit van een pakket van tien papierriemen.

Baarden : De boorden van het papier met franje getuigen van de kwaliteit van de handgeschepte bladeren. Als ze versneden moeten worden, gebeurt dat met een houten sabel, dat ook enkele baarden achterlaat.

D      

Doorzicht : Uitzicht van het papier waargenomen door transparantie. Regelmatig en met een homogeen oppervlak en een goede ondoorschijnendheid ; het wordt als het ware bestrooid als er kleine opeenhopingen van vezels gelijkmatig verdeeld worden en bewolkt als de opeenhopingen die ongeveer goed gerangschikt zijn schaduwen aftekenen.

Dundrukvel : Fijn, net zoals een uienvelletje … dat is de eigenschap van dit papier dat lange tijd gebruikt werd om dubbeltjes te maken van brieven door persing of met de typmachine door middel van een carbonpapier. Tegenwoordig verdwijnen die fijne bladeren stilletjes aan uit de winkelrekken, ze worden van hun troon gestoten door de fotokopiemachine

Drogerij : Een houten droogplaats, bijzonder goed verlucht, stijgt boven alle papiermolens uit. Daar, op de gespannen draden, plaatsten de arbeiders de bladen per pagina (pakketten van vijf of zes) om te drogen. Ze leggen ze voorzichtig neer met een ‘ferlet’ (instrument in T-vorm). Later zouden er houten knijpers gebruikt worden die leken op wasknijpers.

Duif : De papierfabrikanten hebben in het bijzonder een voorliefde voor namen van vogels. De nachtegaal, de papegaai staan op de fabricatie kuip (horizontale en hellende ondersteuningen). Wat de duif betreft, die komt niet in vlees en bloed voor, maar in het papier. Als de gelatine niet doordringt in een deel van het blad, dan is het de oorzaak van duiven die het papier onbruikbaar maken.

F        

Formaat : Van waar komen de namen van de papierformaten ? Vroeger verscheen er in fijn draadwerk een motief of een letter, geïnspireerd op het dagelijkse leven van de papierfabrikanten, dat zijn naam gaf aan het papier. U kocht raisin (50 x 65 cm) omdat het een tros in fijn draadwerk bevatte, of coquille (44 x 56 cm), of Jezus (56 x 76 cm) met de inscriptie van het monogram van Christus, of grand aigle (75 x 110 cm), … Vandaag wordt die poëzie verdrongen door het genormaliseerd formaat dat vastgelegd werd in Duitsland rond 1940 en dat in 1972 in Frankrijk overgenomen werd. Wiskundigen zijn hier gelukkig mee, alle formaten uit de DIN A reeks zijn homothetisch. Weet dat een A0 gelijk is aan 1 m² met een verhouding lengte – breedte die gelijk is aan v 2 (1,4141135) 84,1 cm x 118,9 cm, het formaat A1 59,4 x 84,1 cm …, de A10 2,6 cm x 3,7 cm.

G    

Gravure : Afdruk met inkt op een soepele ondersteuning, zoals papier, gemaakt vanaf een matrijs, het wordt vaak gedrukt op meerdere exemplaren wat het voor de artiest mogelijk maakt om zijn werk beter te verspreiden. Dürer blijft de onbetwiste meester van de gravure op zachte maat, de meest gekende categorie van de gravure.

Gemarmerd (papier) : In een kuip die gevuld is met water en met dragantgom (bindmiddel voor droge pastels) gooit de papierfabrikant inkten die zich uitspreiden en die tekeningen vormen. Met een stok en een kam, richt hij ze, vervormt hij ze tot hij het gewenste effect bekomt. Daarna plaatst de papierfabrikant voorzichtig een blad papier op dat waarop het motief overgedragen wordt. En dan moet er enkel nog gedroogd worden.

Glacering : Om het blad spiegelglad te maken, plet de papiermaker de korrel. Het papier wordt geperst tussen de cilinders van een satineerpers of een pletmachine, de vezels worden samen gedrukt, de oneffenheden verdwijnen.

Gebrokenen : Afgedankt papier of afval van de fabricatie en van het versnijden. Om de rug van een boek te breken, moet je het niet laten vallen ! Het volstaat om het te openen door binnenin op de boekband te drukken ; en weldra zullen de pagina’s vliegende bladen worden.

H     

Houtskool : Het oudste van alle instrumenten om te tekenen, houtskool, is simpelweg kool. Het werd reeds gebruikt door de prehistorische mens die het gebruikte om de wanden van de grotten te versieren.

K     

Koetsen : De koetser draait de vorm op een wollen vilt en plaatst er het vochtige blad op. Hij koetst het met zachtheid zodat het niet verspild wordt en hij bedekt het met een ander vilt, hij herhaalt die handelingen tot zijn ‘porse’ (een stapel met afwisselend 100 bladeren en 101 keer vilt) beëindigd is om daarna onder de pers geplaatst te worden.

Kuip : De schepper (officieel arbeider) weekt zijn vorm in een groot recipiënt in dennenhout, dat in duigjes verdeeld is, en dat de papierpasta bevat die vermengd is met een grote hoeveelheid water. Opdat de pasta vochtig zou blijven, wordt er een cilinder in koper, die gloeiende houtskool bevat, in de oven gebracht en dat wordt op een goede temperatuur gehouden door de leerling.

L     

Liefde : Het is geen papier voor lieve woordjes, maar voor wie houdt van inkt.

Lavis : De lavis bestaat uit het toepassen van vlakke tinten of pure inktvlekken en uitsmeersels van water op het aquarel penseel. Het water maakt de kleuren veel lichter.

M  

Massicot : Guillaume Massiquot (1797 – 1870), messenfabrikant uit Issoudun, vond in 1848 een machine uit die uitgerust was met een lemmet om het papier af te snijden. De massicot werd eerst handmatig in werking gesteld, maar werd later uitgerust met een motor om daarna gerobotiseerd te worden.

Mi-Teintes : Kleuren in halftinten om de variëteit van het gamma te verhogen, dat is wat artiesten verwachten. Met de kleuring in de pasta, geven de Cansons alvast een voorsmaakje van de Mi-Teintes . Dat papier, met een hoog gehalte aan katoen, biedt op de rectokant een bijenkorf korrel en op de versokant een fijnere korrel voor pastels, houtskool, sanguine, inlijsting of voor creatieve vrijetijdsbestedingen.

O  

Ondoorschijnendheid  : : Het merendeel van het tekenpapier is ondoorschijnend. Hoe dunner het papier echter is, hoe meer doorschijnend het is. Enkel calqueerpapier, dat geen minerale lasten bevat, maakt echte reproductie via transparantie (plans, kaarten, …) toe.

Overschilderen : : Bijwerken of corrigeren van wat men kan realiseren op een reeds geschilderd stuk. Bijvoorbeeld, een aquarel papier met een goede overschildering is een papier dat het mogelijk maakt om eenvoudig retouches te doen, door het papier met water te reinigen met behulp van een spons of penseel. Er blijven geen resten van aquarel over en het papier kan opnieuw bewerkt worden.

P      

Pastel : De pastel is een droge pasta, die bestaat uit fijngemalen pigmentpoeder en uit bindmiddelen (gom of hars), in de vorm van een rond of vierkant staafje gegoten.

Papier : : Een artikel schrijven of de wens van elke journalist.

Pelure : Fin comme de la pelure d’oignon… tel est ce papier longtemps utilisé pour faire les doubles de lettres par pressage ou à la machine à écrire par l’intermédiaire d’un carbone. De nos jours, ces fines feuilles ont petit à petit disparu des rayons des détaillants, détrônées par la photocopieuse.

Plooien : Wil u die tassen even voor me plooien ? Heel wat verkoopsters staan met hun mond vol tanden als ze dergelijke vraag voorgeschoteld krijgen. En nochtans, als ze wat ervaring zouden hebben in de papierindustrie, dan zouden ze weten dat ‘plooien’ ‘inpakken’ betekent. Men pakt de riemen in in een smetvel of een ‘trasse’ (dik papier) in een atelier dat vouwing genoemd wordt !

R

Rollenstang : Het is hier geen kwestie van deugnieten. De rollenstang is de centrale buis in karton van de bobijn met papier. De afmetingen ervan worden niet bij toeval bepaald aangezien elke klant, transformator of drukken aan de papierfabrikant de binnenste diameter doorgeeft van de rollenstang die overeenstemt met zijn machines.

Riem : De riem heeft geen enkele binding met het varen, in de papierindustrie komt deze term van het Arabische ‘rizmah’ dat pakket of bundel betekent. De riem van papier bevat vijfhonderd bladeren, of twintig handen van vijfentwintig bladeren.

U  

Uitzicht van papier-maché Uitzicht van papier-maché als het gezicht heel erg bleek is, net zoals een onafgewerkt blad.

V  

Vod : Elkaar afranselen als voddenmannen. Wie heeft die uitdrukking nog nooit gehoord die doet denken aan de ontelbare geschillen tussen terugwinners om de kostbare vod te bekomen ! Doekjes, vaandels, lompen, … heel wat smakelijke namen om de grondstof van de papierfabrikanten van vroeger mee aan te duiden. Maar pas op, men gebruikt enkel mooie vodden, schoon, goed gesorteerd in categorieën volgens hun eigenschappen (fijnheid, kleur, …)

Vorm : Zeef gevormd uit een houten raamwerk waarop draden en een koperen of messing doek zijn gespannen.. Bij elk formaat hoort een paar vormen. Een mobiel houten kader, de bedekking, houdt de papierpasta samen. Met de vorm giet de schepper de pasta in het bassin. De vorm en de bedekking vormen een ‘toilet’.

W  

Wrijfsteen : Papier voor tekeningen, aquarellen, …. bevat doorgaans geen fijn draadwerk maar een markering met wrijfsteen. Rolletjes met tekeningen of een tekst die in reliëf gegraveerd is, drukken de randen van het vochtige blad op de machine. De holle afdruk blijft op het droge papier, markering voor fabriek en kwaliteit.